Drieletterwoorden geldig in WordSalvo
Deze 956 drieletterwoorden zijn geldig in WordSalvo. Ze zijn de volgende stap na tweeletterwoorden: meer scorekansen, meer haakjes en de sleutel om los te komen van een geblokkeerd bord. Elk woord komt uit WordSalvo’s go-live woordenboek.
Deze zijn allemaal geldig in WordSalvo — speel ze echt
Echte spelers. Geen bots. Geen boosters. Gratis te downloaden.
- aadOude Nederlandse munt, vaak een halve stuiver.
- aaistreling, liefkozing waarbij je met je hand over de huid van een ander strijkt
- aakbepaalde soort esdoorn, in het overgrote deel van de gevallen Spaanse aak
- aalmestvocht
- aamoude vochtmaat, met name voor wijn
- aanverbonden met, tegen, tegenaan
- aapbenaming voor soorten uit de orde primaten (Primates) waartoe ook de mens behoort
- aarbloeiwijze van granen
- aasspeelkaart die met A aangeduid wordt; vaak hoogste in het spel, hoewel ze eigenlijk de getalswaarde 1 heeft
- aatdat wat men als voedsel kan gebruiken
- abaafkorting van algemene bacheloropleiding
- abchet alfabet
- abthet hoofd van een abdij
- acebij tennis de opslag die de tegenpartij mist
- achdrukt medelijden, verbazing, ontzetting of onsteltenis uit
- actop zichzelf staand onderdeel van een voorstelling voor publiek
- adeOude naam voor een waterloop of beek.
- afteen kleine zweer in de mond
- agahoge officier in het Ottomaanse rijk
- ahauitroep die een zekere, al dan niet aangename, verrassing uitdrukt
- ahs
- aioAssistent In Opleiding
- airgezicht, houding, allure; arrogantie, kapsones
- ais
- ajuafscheidsgroet
- akibepaald soort tot 25 m hoge, groenblijvende boom, Blighia sapida met een korte, tot 1,8 m brede stam, een grijze, bijna
- aksbijl met een lange steel en een smalle snede
- aleEngels bier
- alfelf; een mythologisch wezen dat meestal over bovennatuurlijke krachten beschikt
- algin water voorkomende vaatloos, op een plant gelijkend organisme
- alkbenaming voor zeevogels uit de familie Alcidae
- allHelemaal, volledig.
- almeen hoger gelegen weide in de bergen.
- alpeen hooggelegen bergweide, met name in de Alpen
- alswanneer
- altlage vrouwenstem
- alvbijeenkomst voor alle leden van een vereniging of organisatie
- amakind dat zonder ouders naar een ander land is gereisd en daar als vluchteling wil worden toegelaten
- ane
- ani
- ankhardmetalen blokje met uitsparing in de vorm van een halve bol met een verschillende diameter in elk vlak, om in dun met
- apaAmerikaanse psychologische associatie.
- ape
- appeen afkorting van "application", een gebruiksklaar programma waarmee digitale apparatuur bepaalde functies kan vervullen
- aragrote bontgekleurde vogel uit Zuid-Amerika
- areeen oppervlaktemaat ter grootte van een vierkante decameter, gelijk aan 10 m × 10 meter, gelijk aan 100 m², weergegeven
- argIn de 17de eeuw was arg nog zeer gewoon, doch later is deze vorm nagenoeg in onbruik geraakt en door erg verdrongen
- arkvaartuig waarop men kan wonen
- armelk van de bovenste ledematen bij de mens, reikend vanaf de schouder tot (en soms met) de pols en hand
- arsvaardigheid die door aanleg en oefening ontwikkeld is Meestal gebruikt als verwijzing naar een specifieke vaardigheid di
- artkunst
- asoasociaal persoon, een maatschappelijk onaangepast iemand
- astAnti Streptolysine Titer een laboratorium meting die bepaalt of iemand wel of geen acute streptococcen-infectie doormaak
- avehet gebed 'Ave Maria'
- ayaKoranvers
- aze
- badvoorwerp waarin men zich wast met water, meestal in de vorm van een vat [1] of kuip en gemaakt van hout of een harder ma
- bafplotseling hard geluid of harde klap
- bagjuweel
- baheen uitroep die afkeuring over iets vies of ontoepasselijks uitdrukt
- bakstevig voorwerp waarvan één zijde open is en waarin iets kan worden bewaard. Het grondvlak van dit object is meestal rec
- balobject in de vorm van een bol en meestal gemaakt van leer [1] dat gebruikt wordt bij balspelen
- bamgeluid van een dreunende klap
- banstraf in de vorm van een verbod om in een bepaald gebied te zijn
- baoGestoomd broodje, vaak gevuld.
- barkroeg, café
- baszanger met een basstem, baszanger
- batslaghout waarmee bij sporten als honkbal en cricket de bal gespeeld wordt
- bebJazzstijl.
- bedeen meubel gemaakt om in te slapen
- befeen kanten lapje dat in vroeger eeuwen algemeen op de borst gedragen werd, maar nu beperkt tot bepaalde beroepsgroepen,
- begTurkse titel of benaming die gevoerd werd in sommige islamitische landen, bei
- beivorst in het voormalige Turkse rijk
- beksnavel van vogels
- belklok, schel, zoemer
- benhoge gevlochten mand, vaak gebruikt voor het bewaren van vis of vruchten
- beobepaald soort vogel, Gracula religiosa uit de familie van de spreeuwachtigen, Sturnidae
- bep
- beserfwoord kleine vrucht
- bettweede letter van het alfabet
- beualleen predicatief met oorzakelijk voorwerp: iets ~ zijn: niet langer iets onaangenaams door de vingers willen zien
- bibverkorting voor bibliotheek
- biceenvoudige balpen met een dopje
- bid
- biebijzonder (goed)
- bigeen jong van het varken
- bijbenaming voor vliegende insecten uit het geslacht Antophila die leven van nectar en honing
- bikfijngestampte afval van zandsteen, te gebruiken om te schuren; biksteen
- bilelk van beide lichaamsdelen gevormd door de grote spieren die het bekken aan de achterkant bedekken
- binvroegere naam voor Belgisch Instituut voor Normalisatie, tegenwoordig NBN
- biokorte beschrijving van de levensloop
- bisnog eens roep vanuit het publiek om een toegift
- biteen metalen staaf die een paard in de bek gedaan wordt om het dier berijdbaar te maken
- bloschuchter, bedeesd, verlegen, blood, bleu, blode
- boawurgslang uit de onderfamilie Boinae, sommige soorten kunnen erg lang worden
- bobtype slee waarmee meerdere personen zo snel mogelijk een helling afdalen
- boddoor een koper voorgestelde prijs
- boeuitroep om iemand aan het schrikken te maken
- bofgeluk, mazzel
- bokmannelijke geit
- boldriedimensionaal lichaam, begrensd door een gebogen oppervlak waarvan alle punten even ver verwijderd zijn van het midde
- bomvernietigingstuig dat gevuld is met explosieven
- bonstukje papier dat als tegoedbewijs dienst doet
- bopbebop
- bosgroep bomen
- botbepaald soort platvis, Platichthys flesus
- boxeen doos
- boyjongen
- braBeha, bustehouder.
- brrhu
- btwbelasting over de toegevoegde waarde
- bugfout in een technisch apparaat
- buieen kortstondige periode van neerslag
- buk
- bulmannelijk rund en het mannetje van sommige andere zoogdieren en zeezoogdieren
- buneen met water gevuld compartiment (in een schip), dat via vele kleine openingen rechtstreeks in verbinding staat met het
- busvervoermiddel op de weg voor een aanzienlijk aantal passagiers (autobus)
- butMaar (Frans).
- buzGeluid van een zoemer.
- byereglementair toegekend voordeel waarvoor geen of slechts geringe inspanning vereist is door afwezigheid of fout van de t
- cabTaxi.
- caiinstallatie waarmee een groter aantal huishoudens samen één mast of schotel voor het ontvangen van radio- en televisiesi
- camAfkorting van camera, met name een webcam of een kleine, digitale videocamera.
- caphoofddeksel (zoals een pet, muts e.d.) van materiaal dat de ronding van de schedel volgt met een klep boven de ogen
- casPsidium friedrichsthalianum een plant uit de mirtefamilie (Myrtaceae)
- celeen kleine ruimte waar iemand voor straf moet zitten (in een gevangenis)
- ceseen met een halve toon verlaagde toon "c
- chide 22e letter van het Griekse alfabet
- cifCost, insurance, freight: kosten, verzekering, vracht.
- ciseen met een halve toon verhoogde toon "c"
- colhoge kraag van een trui
- coqHaan (Frans).
- cosEen soort sla met lange, smalle bladeren.
- coxbepaald appelras
- cruwijnstreek en wijnoogst m.b.t. plaats en jaar
- cueaanwijzing van de regisseur voor iemand die in beeld iets moet zeggen of doen of voor een verandering van de belichting
- cumMet (Latijn).
- cupbeker die dient als trofee voor de winnaar van een toernooi of concours waarbij meestal steeds de verliezers van wedstri
- cutde overgang van het ene film- of videobeeld naar het andere zonder overvloei-effect.
- dabeen dansbeweging waarin men het hoofd laat zakken terwijl de arm en elleboog opzij omhoog worden geworpen
- dadInformele term voor vader.
- dagde aanwezigheid van elektromagnetische straling op de door de zon bestraalde helft van een planeet, en die vooral effect
- dakhet deel dat een gebouw aan de bovenkant bedekt en bescherming biedt tegen het weer
- daleen laagte in een heuvel- of bergstreek
- damtwee gestapelde schijven
- danop een eerder genoemd tijdstip in de toekomst
- darmannelijke bij
- dasbepaald soort zoogdier, Meles meles, marterachtig roofdier
- dateen voegwoord dat een lijdend-voorwerpszin inluidt
- dectwaalfde en laatste kalendermaand, december
- deiMeervoud van deus (god).
- deklaag die of vlak dat iets van boven afsluit:
- delordinaire vrouw, onkuise vrouw, een meisje van lichte zeden
- denkegeldragende naaldboom van het geslacht Pinus
- deoeen middel dat gebruikt wordt om de geur van transpiratie weg te nemen of te voorkomen
- dep
- dergenitief meervoud van de bepaalde lidwoorden de en het; in modern Nederlands meestal vervangen door van plus lidwoord
- desgenitief van de ( )
- detstuk rots
- diaeen diafilm, een fotografische film die een positief beeld geeft dat direct goed zichtbaar geprojecteerd kan worden
- diewijst iets of iemand aan dat zich niet in de onmiddellijke nabijheid van de spreker bevindt
- dijhet deel van het menselijk been tussen heup en knie
- dikeen naar verhouding grote dwarsdoorsnede hebbend
- dilondiepe gedeelte in weiland, dat bij hoge waterstand onderloopt
- dim
- dip: slechte (emotionele) periode
- disgedekte tafel
- ditzelfstandig gebruikt
- doe
- dofzonder weerschijn, zonder glans (van oppervlakten)
- doggrote kortharige hond met brede kop
- dokonderdeel van een klavecimbelmechaniek waarmee een snaar in trilling wordt gebracht door deze met een plectrum (kiel) op
- dolonzinnig
- domkathedraal, de hoofdkerk van een bisdom
- doneen Spaanse, Portugese, Braziliaanse en Italiaanse betiteling, afgeleid van het Latijnse dominus
- dopeen stevig omhulsel, ongeveer in de vorm van een halve bol
- doruitgedroogd door gebrek aan water
- dosbeharing op hoofd of rug
- doteen pluk vezelig, wollig of donzig materiaal
- dpidots per inch
- draspoedig, gauw
- drydroog, niet zoet
- dubeen extra geluid dat ingebracht wordt in een bestaand geluidsfragment
- dufsaai, doods
- duhblijk dat je iets wel heel vanzelfsprekend vindt
- dulknop op een vlaggenstok
- dumDom, stom; vaak gebruikt in de context van niet kunnen spreken.
- dunslechts weinig vet bevattend, mager [1], schraal
- duotwee personen die samen optreden of iets verrichten
- durmuzikale grote toonsoort; vaak als achtervoegsel in toonsoortaanduidingen.
- dusom die reden, daarom (signaalwoord)
- duteen korte en lichte slaap, veelal midden op de dag i.p.v. zoals gebruikelijk 's nachts
- duween zet, een stoot
- duxLeider, aanvoerder.
- eboeenvoudig beroepsonderwijs in Suriname
- ebt
- ecgElektrocardiogram: registratie van de elektrische activiteit van het hart.
- ecomilieuvriendelijk; op ecologie gericht; ecologisch verantwoord
- ecufictieve munt, voorloper van de euro t.e.m. 1 januari 1999, waarvan de waarde gebaseerd was op de gewogen gemiddelde waa
- ede
- eedeen plechtige verzekering dat men de waarheid spreekt of een belofte zal nakomen
- eegelektro-encefalogram
- eekeikenschors, eertijds gebruikt als looimiddel
- eelAal, een langwerpige vis.
- eenonbepaald lidwoord dat in het Nederlands wordt gebruikt voor een onbepaald zelfstandig naamwoord in het enkelvoud.
- eervoordat
- eet
- egogevoel van eigenwaarde
- egt
- eidelektronisch identiteitsbewijs met behulp van een pasje met een chip
- eikbenaming voor loofbomen uit het geslacht Quercus
- eiseen dwingende vraag, een noodzakelijke voorwaarde voor iets
- eitGeen Nederlandse definitie beschikbaar.
- eleTussenwerpsel van verbazing.
- elf11, het getal tussen tien en twaalf
- elkalle afzonderlijk
- eloelorating; getal dat aangeeft hoe sterk een schaker, dammer of gospeler is
- elsbenaming voor loofbomen uit het geslacht Alnus in de berkenfamilie (Betulaceae)
- emoiemand die overdreven gevoelig reageert
- enduiterste deel, daar waar iets ophoudt
- enevorm van één om dit aantal te benadrukken
- engangst veroorzakend
- enkakkergronden bij een nederzetting die door eeuwenlange bemesting een hoogte in het landschap vormen
- ensEen dorp in Noordoostpolder, Flevoland, Nederland.
- enttak, zodanig op een plant gehecht dat ze daarop verder kan groeien
- eongrootste tijdperken waarin de geschiedenis van de aarde ingedeeld wordt
- epiingreep tijdens een bevalling, waarbij de schaamspleet wordt vergroot door de bilnaad in te knippen
- epoin de nieren gevormd hormoon dat de vorming van rode bloedcellen bevordert, ook wel toegediend als doping
- eraeen bijzonder lange tijd.
- eredorsvloer
- erfhet grondgebied direct rond een boerderij
- ergverschrikkelijk, deerniswekkend, hevig, bar, heftig
- espbepaald soort loofboom, Populus tremula, een populier die inheems is in de Benelux, tot 35 meter hoog kan worden en beho
- estiemand afkomstig uit Estland
- etade zevende letter van het Griekse alfabet (η, Η).
- ete
- etoeenvoudig technisch onderwijs
- etsafbeelding gemaakt met behulp van inbijting van zuur
- evavrouw die wordt beschouwd als de eerste van een afstammingsreeks
- faneen enthousiaste aanhanger
- farVer, veraf.
- fas
- fatmodegek, iemand die buitensporige aandacht aan zijn uiterlijk besteedt
- faxeen apparaat waarmee documenten per telefoon verzonden kunnen worden, faxtoestel
- febtweede kalendermaand, februari
- feevrouwelijk wezen in sprookjes met bovennatuurlijke krachten
- felhevig, scherp
- fepdrinken, gretig gebruik van alcoholische drank
- fesmet een halve toon verlaagde toon "f"
- fezbepaald soort hoed met een Turkse oorsprong
- fijUitroep van afkeer of walging.
- fikverbranding met vuur
- fineen inwoner van Finland, of iemand afkomstig uit Finland
- fiseen met een halve toon verhoogde toon "f"
- fitin goede lichamelijke conditie
- fixinjectie waarbij harddrugs in de ader worden gespoten
- fokdriehoekig zeil bevestigd aan de voorstag, het fokzeil
- fop
- fotOuderwetse eenheid van lengte, ongeveer 30 cm.
- foxhond behorend tot een ras dat oorspronkelijk gekweekt is voor de jacht op vossen
- fraTussen, ongeveer.
- funoorzaak of toestand van vrolijkheid
- futde benodigde energie en zin ergens voor
- gaa
- gadStaaf met een scherpe punt om vee aan te drijven.
- gaf
- gaggrap in een film of stripverhaal
- gak
- galeenheid van versnelling in het c.g.s-stelsel (centimeter-gram-seconde-stelsel), weergegeven met symbool Gal
- gap
- gasaggregatietoestand; stof met een veranderlijk volume die uit losse moleculen of atomen bestaat
- gatopening of holte
- gayiemand die seksueel wordt aangetrokken door mensen met hetzelfde geslacht
- geieen lopend touw waarmee men een zeil bijeenhaalt, inkort of gordt
- gekeen persoon die (tijdelijk) iets raars doet
- geleen gecrosslinkt polymeer van voldoende verdunning om vervormbaar te zijn zonder spontaan te vloeien
- gemeen (half)edelsteen met een gesneden decoratie
- gendrager van informatie van de erfelijke eigenschappen
- gerlange smalle kamer of gang
- geseen met een halve toon verlaagde toon "g"
- getkous zonder zool die als bescherming tegen modder over het onderbeen en de bovenkant van de schoen wordt gedragen
- ghiGeklaarde boter (variant spelling van ghee).
- gifsubstantie die in kleine hoeveelheden schadelijk of dodelijk is
- giglange, smalle roeiboot, waarin de roeiers alleen achter elkaar en niet naast elkaar zitten
- gijtweede persoon enkelvoud- en meervoud. In België dagelijks gebruikt maar in Nederland verouderd.
- gileen harde schelle ongearticuleerde uitroep
- ginsoort (Britse) jenever
- gisintelligent, slim [1], schrander
- gitbepaalde zwarte delfstof
- glogewoon lager onderwijs (in Suriname)
- godhypothetisch bovennatuurlijk wezen dat verantwoordelijk wordt geacht voor (bepaalde aspecten van) de werkelijkheid
- goheen uitdrukking van teleurstelling of verontwaardiging
- gojniet-jood
- gokeen zeker kansspel, vooral met dobbelstenen
- gomeen gum
- gon1/400e van een cirkel ofwel 1/100e van een rechte hoek: 0,9° of π/200 radiaal #:▸ Wat is de afstand tussen het meetpunt
- gosUitroep van verbazing.
- gulvrijgevig
- gumeen object waarmee potloodtekeningen weer weggehaald kunnen worden
- gun
- guplevendbarend tandkarpertje en aquariumvisje uit Zuid-Amerika, Poecilia reticulata
- gusEen scheet; wind laten.
- gutuitroep die lichte verbazing uitdrukt
- gymgymnastiekles
- hadvormt de gebiedende wijs van de voltooid verleden tijd
- hafstrandmeer
- haigroet (informeel)
- hakhiel van de voet
- halruimte achter de voordeur
- hamvlees van de achterkant van een varken, gebruikt als onderdeel van gerechten of als broodbeleg
- hanOude Chinese dynastie; Chinese etnische groep.
- hapvoedsel of iets anders dat je door het openen en sluiten van je lippen in je mond krijgt
- harscharnier
- heb
- heevijfde letter van het alfabet
- hefbezinksel van vloeistoffen
- hegeen (meestal lijnvormige) aanplanting van struiken en/of bomen die dient om ruimten te scheiden
- heiuitgestrekte onbebouwde grond, vooral met heidekruid begroeide zandgrond
- hekdeels open constructie om een gebied af te scheiden van de omgeving
- heltoestand van straf en afwezigheid van God waar de zielen van verstokt zondige, verdoemde mensen zich na de dood in bevin
- hemaccusatief derde persoon enkelvoud
- henvrouwtje van hoenderachtige vogels
- herherhaling van een examen als het eerste onvoldoende is geweest
- hesboerenkiel
- het3e persoon enkelvoud onzijdig.
- heuUitroep om aandacht te trekken of verbazing uit te drukken.
- hexbep. bordspel
- hicUitroep bij de hik.
- hijmannelijk derde persoon enkelvoud nominatief dat men gebruikt voor verwijzingen naar mannelijke personen of mannelijke z
- hikeen periodiek optredende, spontane, onwillekeurige samentrekking van het middenrif tijdens inademing, gevolgd door het p
- hilHeuvel; een buurt in Loon op Zand.
- hipmodieus
- hitlied dat in korte tijd zeer populair wordt
- hobhalfvrijstaande constructie; ook: folklore-wezen; dental overbite.
- hocTot hier.
- hoevragend: op welke wijze?
- hof: de uitgebreide huishouding van een vorstelijke, bijvoorbeeld koninklijke familie
- hoihallo
- hokeen bepaald dierenverblijf
- holzonder inhoud, zonder betekenis, leeg
- homteelvocht van de mannetjes der benige vissen
- hopbepaald soort vogel, Upupa epops, met typische kuif
- horeen raamwerk met gaas dat voor een open deur of venster wordt geplaatst om vliegende insecten te weren
- hos
- hotdraagkorf
- hou
- hsoacroniem hoger secundair onderwijs in België, dat voorbereidt op universiteit en hogeschool
- hubknooppunt in het luchtverkeer
- hugomarming die wat langer duurt, als een veelgebruikte manier om genegenheid te tonen en/of troost te bieden
- huheen uiting die grote verbazing aangeeft
- huivloeistof die bij de kaasbereiding ontstaat door het stremmen van de melk na toevoeging van stremsel
- huk
- hulmuts, vooral als dagelijkse klederdracht van boerinnen of nonnen
- humhumeur
- hunpersoonlijk voornaamwoord derde persoon meervoud, datief, specifiek verwijzend naar een groep personen
- hupuitroep ter aanmoediging
- hutprimitieve behuizing voor mens en huisdier, gemaakt van ter plaatse aanwezig materiaal: hout, plaggen, leem e.d. (een be
- huw
- iceijs, met name in samenstellingen als ice tea of ice cream.
- iekUitroep van afkeer.
- ielheel fijntjes
- iepeen geslacht Ulmus van loofbomen, met veernervige bladeren en een gezaagde of dubbelgezaagde bladrand
- ierinwoner van Ierland, of iemand afkomstig uit Ierland
- ietiets: een onbepaalde of niet-gespecificeerde, stoffelijke of onstoffelijke zaak; een ongenoemd voorwerp
- ijkmerkteken dat bij het ijken wordt aangebracht
- ijlmet een lage dichtheid
- ijsde vaste vorm van water, bevroren water
- impKleine duivel
- inkKleurstof voor schrijven, tekenen of drukken.
- insBinnen, naar binnen.
- int
- ionatoom of een molecuul die elektrisch geladen is door een gebrek aan of overschot van één of meer elektronen
- iosBesturingssysteem van Apple.
- ipa(Taalreglement 2A)
- ispInternet Service Provider.
- itoInternational Trade Organization.
- ivfvoortplantingstechniek waarbij de bevruchting buiten het menselijk lichaam plaatsvindt
- jabsnelle, rechte stoot met de voorste hand in de bokssport.
- jakkort jasje
- jameen gelei van suiker en gekookt fruit, onder andere gebruikt als broodbeleg
- janeerste kalendermaand, januari
- japJapanner
- jaskledingstuk voor in de buitenlucht, dat over andere kledingstukken heen gedragen wordt en dat zowel de romp als de armen
- jathand
- jeeuitroep die (lichte) ontsteltenis uitdrukt, vaak voorafgegaan door oh tw
- jekkort jasje of jak
- jen
- jeteen straalvliegtuig
- jeuwat zwier, kleurigheid aan een zaak verleent
- jibEen giek of uithouder aan een kraan of ander hijswerktuig waaraan de last hangt.
- jidjood
- jigEen levendige dans of een type kunstaas.
- jijtweede persoon enkelvoud informeel
- jobbaan zn [1], werk zn [2]
- joeja hoor
- jog
- johspreekt iemand aan om ontsteltenis of protest uit te drukken
- jok
- joleen klein soort boot met een verticale spiegel
- jonEen veelvoorkomende jongensnaam van Hebreeuwse oorsprong.
- joutweede persoon enkelvoud accusatief (datief) informeel
- juflerares van een lagere school of peuterklas
- jugKruik of kan.
- jukhouten pasvorm die op de schouders gedragen wordt en twee te dragen gewichten (emmers, manden) verbindt
- julzevende kalendermaand, juli
- junzesde kalendermaand, juni
- jussaus voor spijzen, bereid uit vleesnat
- jutiemand uit Jutland ?
- kafde vliezen rondom de graankorrels
- kakontlasting [2]
- kalbepaalde stamvorm van werkwoorden
- kamgetand object om haren mee te verzorgen
- kanserviesgoed om vloeistoffen uit te schenken
- kapbedekking ergens boven of overheen bijv. een lampenkap
- karvoertuig (oorspronkelijk met twee wielen)
- kaseen doorzichtige en meest glazen constructie die het cultiveren mogelijk maakt van planten die een ander klimaat vergen
- katbepaald soort zoogdier, Felis sylvestris catus, tot de katachtigen behorende soort die tam is geworden
- keaNestor notabilis De kea is een vogelsoort uit de kleine familie (Strigopidae) van inheemse papegaaiachtigen die met name
- keeUitroep.
- kef
- kegeen blok met één schuine kant, waarmee men iets kan vastklemmen of het wegrollen van bijv. een wiel kan verhinderen. (De
- keibrok gesteente
- kekmodieus
- kelGoot, waterleiding.
- kenWeten wie of wat iets is; bekend zijn met.
- keteen klein soort paard
- keueen onmisbaar hulpmiddel voor het biljarten en dient om de speelbal in de juiste richting te dirigeren met een bepaalde
- kidjong kind dat wordt grootgebracht
- kifsoftdrug, bereid uit ingedikt sap van gedroogde en fijngestampte vrouwelijke hennepbloemen met een hoog gehalte aan het
- kikeen enkel kort geluid voortgebracht in de keel
- kilkreek, smal en diep riviertje, door stromend water diep uitgesleten geul van een rivier of tussen wadden
- kimde horizon: de lijn waarboven, bij vrij uitzicht zoals op zee, de hemellichamen zichtbaar zijn
- kinvooruitstekende deel van de onderkaak
- kipgedomesticeerde vogel van het geslacht huishoen, Gallus gallus
- kireen mengsel van een bourgogne Aligoté met een scheutje Crème de cassis
- kit/ en verzamelnaam voor dikvloeibare materialen, gebruikt voor verlijming of afdichting
- kobKobus kob oranjekleurig tot bruine Afrikaanse antilope uit het geslacht der waterbokken (Kobus), die voorkomt van Gambia
- koewijfje van het huisrund en van andere rundersoorten
- koftype zeilschip voor binnen- en kustvaart met platte bodem en ronde voor- en achtersteven
- kogmiddeleeuws vrachtschip dat vooral door de Hanze werd gebruikt
- koieen ondersoort Cyprinus carpio carpio en nationale vis van Japan. Nishiki is het Japanse woord voor kleurig kleed, terwi
- kokiemand die voedsel bereidt tot een maaltijd
- koleen vrouw die magie bedrijft
- komeetgerei zoals een bord, maar dan dieper
- kon
- koplichaamsdeel van dieren dat homoloog is aan het hoofd [1] van mensen
- kortrechtervormig sleepnet
- kotklein, armoedig huis
- kousituatie met lage temperatuur; de afwezigheid van warmte
- kubachterste deel van een visfuik
- kuiEen soort visnet.
- kulteelbal
- kuntweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van de jij-vorm van kunnen
- kurVrij gekozen programma of oefening bij sporten als dressuur, turnen en kunstschaatsen, vaak op muziek uitgevoerd.
- kushet de lippen ergens tegenaandrukken om affectie uit te drukken
- kutvrouwelijk schaamdeel
- kyu
- labeen ruimte ingericht voor het doen van natuurwetenschappelijk onderzoek
- lafeen gebrek aan moed tonend
- lag33
- lakstof die een dunne beschermlaag vormt nadat ze opgelost in een vluchtig oplosmiddel op oppervlakken als hout, metaal en
- lal
- lamjong van het schaap
- lapeen stuk van iets
- larRomeinse huisgod.
- lasvastverbonden voeg tussen twee metalen voorwerpen
- lateen lang stuk geschaafd hout van beperkte dikte
- leblebmaag
- ledelektronische lichtbron in de vorm van een diode die licht uitstraalt
- leelende
- lefdurf, branie, moed
- leghet leggen van eieren
- leieen plat stuk van leisteen
- lekongewenste opening waardoor een vloeistof of een gas in of uit kan
- lelklap, mep, oplawaai, schop
- lep
- lesonderricht gedurende een korte tijd
- letonderbreking van het spel die leidt tot een nieuwe opslag zonder dat een punt wordt toegekend, bijvoorbeeld als een opsl
- levmunteenheid van Bulgarije
- lexLatijns woord voor 'wet', vaak gebruikt in juridische contexten.
- lidiemand die behoort tot een bepaalde groep, vereniging, organisatie of sekte
- lig
- lijde kant waar de wind niet vandaan komt
- likaanraking met de tong
- lil
- lioLeraren in opleiding.
- lipelk van beide vlezige uitstekels van de mondopening
- lisen : een geslacht Iris uit de lissenfamilie (Iridaceae). Zowel het geslacht als de soorten worden in de volksmond iris g
- lobslag waarbij men de shuttle na het ontvangen van een drop hoog en ver terugspeelt
- loclocomotief.
- lofiemand of iets prijzen
- logmoeilijk wendbaar door een grote omvang
- lokhaarlok, pluk haar
- lolplezier zn, grap zn
- lombepaald soort zeevis, Brosme brosme, behorende tot de dorsvissen
- looOpen plek in een bos; bos op zandgrond met open plekken.
- loroude lap
- loszonder vaste verbinding, niet bevestigd, ongebonden
- lottoevalskans of teken daarvan
- lounee, niet
- lubplooi in kraag of mouw
- lugOor (van een kan of emmer).
- luiniet houdend van inspanning of werk
- lukArch. :geluk, fortuin
- lulgeslachtsdeel van de man
- luseen kring aangebracht in een touw of band
- lutDeeg, gebruikt om een pan hermetisch af te sluiten
- luwuit de wind, windstil
- luxafgeleide SI-eenheid van verlichtingssterkte
- macAfkorting van Macintosh, een type computer.
- madGek, waanzinnig (Engels).
- mafgek, vreemd, onverwacht, ongebruikelijk, raar
- mag
- makgedwee, tam, niet wild
- malblijk gevend van gebrek aan gezond verstand
- mamvrouwelijke ouder
- manpersoon van het mannelijk geslacht
- mapeen stevig omhulsel voor papieren
- mar
- mas
- matvlechtwerk of stug weefsel dat als afscherming of als beschermlaag voor een oppervlak dient
- maxhoogtepunt, iets wat niet beter kan
- meahonderd in onderstaande gelukwens:
- meebijwoordelijk deel van een scheidbaar werkwoord.
- megSlang voor erg, heel erg.
- meide vijfde maand van het jaar
- mekEen soort geit; ook een geitenvel of leer daarvan.
- melFijn gemalen graan, doorgaans van tarwe, dat als basis dient voor brood, gebak en andere deegwaren; bloem.
- memborst (van een vrouw)
- meniemand, maar niemand in het bijzonder
- mepeen klap met de hand of met een mepper
- meseen dun lang werktuig met een scherp geslepen kant waarmee bijv. etenswaren gesneden kunnen worden
- meten daarbij
- meutante, hetzij een zuster of schoonzuster van iemands vader of moeder.
- miaGeluid van een kat (miauw); ook een meisjesnaam.
- micKorte benaming voor een microfoon.
- mieChinees deegwaar van lange, dunne ronde slierten gemaakt uit tarwemeel
- mijaccusatief en datief van ik, eerste persoon enkelvoud.
- mikhandeling van het ergens op richten
- minvrouw die tegen betaling het kind van een andere vrouw zoogt
- miseen eucharistieviering, de katholieke eredienst waarin het sacrament van de eucharistie wordt gevierd
- mixmengsel (van stoffen of onstoffelijke aard)
- mmmeen teken dat men iets lekker vindt
- moabenaming voor grote loopvogels die leefden in Nieuw-Zeeland uit de orde Dinornithiformes
- mobMenigte, bende.
- modModern, eigentijds.
- moeliefkozende benaming voor vrouwelijke ouder
- mofDuitser, met name veel gebruikt om te verwijzen naar de Duitse bezetter ten tijde van de Tweede Wereldoorlog
- mokeen (stenen) drinkbeker, meestal voorzien van een oor
- molbepaald soort zoogdier, Talpa europaea zwart, zoogdier met spitse snuit en voorzien van graafpoten, dat leeft in gegrave
- momvoorwendsel, schijn
- mopanekdote met een verrassend en komisch slot
- morMaak vuil, knoei; ook mopper (gebiedende wijs).
- mosprimitieve sporenplant
- motvlinderachtig insect
- mudeen verouderde oppervlaktemaat
- mufonaangenaam en bedorven ruikend
- mugklein, vliegend tweevleugelig insect van de onderorde Nematocera dat in grote paringszwermen erg lastig is met een dun e
- muieen vaak snelle stroom water die loodrecht op de kust staat
- mulbenaming voor vissen uit geslacht Mullus uit de familie van de zeebarbelen
- mumogenblik
- musbenaming voor vogels uit de familie Passeridae, behorend tot de wevervogels die zelden ver van de mensen nestelen
- mutEen hoofddeksel.
- naeEen verouderde of regionale variant van het woord 'na'.
- nagPlaagt, irriteert, zeurt (hij/zij/het).
- nam
- naphouten kom
- nariemand die anderen vermaakt door zich in opvallende kleding dwaas te gedragen
- nas
- natgedrenkt in een vloeistof, meestal water
- nebsnavel
- needuidt ontkenning aan, het tegengestelde van ja
- negde lelijke buitenrand van een lap die niet kan rafelen
- nekachterste gedeelte van de hals
- nelde een na hoogste troefkaart
- neponecht, vals
- neswonder, teken, banier
- neteen geheel van fijne draden, vaak gebruikt om dieren (m.n. vissen) te vangen
- neunee, niet echt
- neyoorspronkelijk Perzisch blaasinstrument
- ngoeen van de overheid onafhankelijke, maatschappelijk geëngageerde organisatie
- nik
- nilNiets, nul.
- nip
- niseen inham in een muur
- nixNix, nikker (watergeest); opzettelijke verkeerde spelling van niks.
- nogtot op dit moment
- nokhet hoogste gedeelte van een schuin dak
- nolkleine verhoging in het terrein
- nomNaam (Frans).
- noninwoonster van een vrouwenklooster
- nopeen niet puntig uitsteeksel
- norplaats waar misdadigers worden opgesloten, gevangenis
- nouop dit moment
- novelfde kalendermaand, november
- nufeen verwaand en overdreven net meisje of jonge vrouw
- nukeen grillige maar vooral ook lastige stemming of daad
- nul0, één minder dan één
- nutbaat, voordeel; een bijdrage aan het bereiken van een doel
- obigordel
- obsonderwijsvorm in Nederland die openstaat voor alle kinderen tot 12 jaar oud
- ochuitroep die verdriet en medelijden uitdrukt
- oddVreemd, oneven (Engels).
- odelofdicht, loflied, lofzang
- oedOed (instrument).
- oefeen uitroep die inspanning of vermoeidheid uitdrukt
- oeheen uitroep van verbazing of verrassing
- oeiuitroep die schrik aangeeft
- oekUitroep van pijn of verbazing.
- oendom en/of onhandig iemand
- oerijzerhoudende grondsoort
- oftVaak, dikwijls.
- oge
- ohmSI-eenheid van elektrische weerstand, weergegeven met symbool Ω
- ohoovergang naar een plagende opmerking of een vrolijke uiting
- oioiemand die onderzoek doet om een proefschrift te schrijven
- oirgeheel van de personen die in rechte lijn van iemand afstammen
- okeIn orde; goed, naar wens.
- oksOksels.
- okttiende kalendermaand, oktober
- olmbenaming voor loofbomen uit het geslacht Ulmus van de iepenfamilie
- omamoeder van een ouder
- omeoom
- ons1e persoon meervoud als (direct of indirect) object of na een voorzetsel;
- ontVoorzetsel dat een begin van een handeling aangeeft.
- ooggezichtsorgaan voor het waarnemen van lichtprikkels
- oohEen uitroep die verbazing, bewondering, pijn of verlangen uitdrukt.
- ooiwijfjesschaap, vrouwelijk schaap
- ookdaarnaast; verder; tevens
- oombroer of zwager van iemands vader of moeder
- oorlichaamsdeel waarmee geluiden kunnen worden gehoord
- ootAvena fatua een eenjarige plant, die behoort tot de grassenfamilie. Het is een archeofyt. De soort staat op de Nederland
- opade vader van een ouder
- orbeen optisch verschijnsel dat zich voordoet bij het maken van foto's, bestaande uit typische cirkelvormige witte, of door
- ore
- orkfictieve wezentjes die in groepsverband leven en gewoonlijk de vijand van de mensen zijn
- ortEen oude munteenheid.
- otsUitroep van pijn of schrik.
- oudvan hoge leeftijd
- outuit
- padBufonidae kikker met een gedrongen lichaamsbouw en ruwe huid die een orgaan van Bidder bezit
- pafhet geluid van een korte knal, bijvoorbeeld van een pistool
- pakhoeveelheid die een geheel vormt
- paleen onderdeel van een mechanisme om terugdraaien te beletten, stuitpin
- pankeukengereedschap om in te koken of braden
- papgerecht dat meestal bestaat uit melk die is gebonden met een zetmeelproduct zoals meel Pap (voedsel)
- paraantal slagen dat een beroepsspeler standaard nodig heeft om de bal vanaf de afslag in een bepaalde hole te krijgen of h
- paseven tevoren.
- patstand op het bord waarbij sprake is van remise doordat een speler geen zet meer kan doen zonder dat zijn koning daardoor
- paxSoldaat, gewoon soldaat; een buurt in Haarlemmermeer, Noord-Holland, Nederland.
- payBetaling.
- peezeventiende letter van het alfabet
- pegpin of spie (bv. om een schaafbeitel vast te zetten)
- pekbitumineuze vaste stof
- pelomhullende laag die als bescherming om iets heen is gegroeid
- peninstrument om met inkt te schrijven of te tekenen
- pepenergie, veerkracht, fut, pit, vuur
- perdoor middel van, met
- pettamelijk plat hoofddeksel met een klep
- peuBeetje, weinig.
- pijhabijt, lange kleding gedragen door monniken
- pikgeslachtsdeel van de man, penis
- pilhoeveelheid werkzame stof met een bindmiddel in een bolletje gedraaid
- pineen dun metalen staafje waarmee iets bevestigd kan worden
- pipziekte bij pluimvee in de bek en ademhalingsorganen
- pisurine
- pitzaadhoudende kern van verschillende vruchten
- pluverkorting van paraplu
- podafgesloten cupje met gemalen of geperste koffie, bestemd voor gebruik in een koffieapparaat; koffiepod
- pofbolstaande plooi in kledingstuk, inz. in mouw of korte broek
- pokpuist, blaasvormig zweertje of kuiltje als symptoom van een huidziekte zoals pokken, koepokken en water- of windpokken.
- polbundel van plantaardig materiaal inclusief aardkluit
- pomSurinaamse ovenschotel met o.a. kip, zout vlees en tayer
- pongewaad om ´s nachts in bed te dragen, nachtjapon
- popnagemaakte mens, meest als speeltuig
- poreen stoot in iemands zijde, gewoonlijk om hem wakker of alert te maken
- posbepaald soort vis, Gymnocephalus cernuus, behorend tot de familie van de baarsachtigen
- potcilindervormig voorwerp van glas of aardewerk dat meestal dient om iets te bewaren (verpakking)
- preeen voordeel vooral ten opzichte van wat anders
- promet een standpunt dat positief is, met een opstelling die steun geeft
- psidrieëntwintigste letter van het Griekse alfabet (Ψ, ψ).
- pstPacific Standard Time
- pubcafé in een volkse, Britse stijl
- puffut, energie, lust
- pugEen informele, uit het Engels overgenomen benaming voor een mopshond.
- puhUitroep van afkeer.
- puivoorgevel, met name van de begane grond van een huis
- pukiemand die heel klein is of een dier dat klein voor zijn soort is
- pulgewoonlijk aardewerken kroes voor bier met een deksel
- pupjonge hond
- purtype kunststof dat licht en buigzaam en toch sterk en slijtvast is
- puswittig vocht met witte bloedlichaampjes en bacteriën dat bij een ontsteking afgescheiden wordt
- puteen pijpvormige uitholling in een oppervlak
- qathet blad van een bedektzadige plant Catha edulis uit Kenia en Somalië dat gekauwd wordt vanwege zijn mild opwekkende eig
- quawat betreft
- quoIn de staat waarin.
- radwielvormig voorwerp dat kracht overbrengt binnen een machine of op het water
- ragdoor een spin voortgebrachte draden
- raiEen Algerijnse muziekstijl.
- raklatwerk om als bergplaats te gebruiken
- ralbenaming voor vogels uit de familie van rallen (Rallidae)
- rammannelijk schaap
- rapsnel, vlug
- rasgroep van dieren of planten die door menselijke veredelingstechnieken op gewenste eigenschappen geselecteerd en aangepas
- ratmuisachtig knaagdier uit het geslacht Rattus dat vaak gezien wordt als ongedierte
- reabenaming voor vogels uit het geslacht Rhea, zoals die voorkomen in Zuid-Amerika
- rebheer, meneer
- red
- ree/ / Capreolus capreolus zoogdier uit de familie van de hertachtigen (Cervidae) voornamelijk voorkomend in Europa. In Azi
- refpersoon die bewaakt dat deelnemers aan een wedstrijd zich aan de spelregels houden
- reigroep of kring van personen of wezens
- rekvergroting van de lengte van een voorwerp door het uitoefenen van een trekkracht
- releen verstoring van de openbare orde door een menigte, meestal gepaard gaand met geweld en politieoptreden
- remeen mechanisme dat iets vertraagt of tot stilstand brengt
- renverblijf voor kippen
- rep
- resZaak, ding, object (juridisch).
- reumannelijke hond
- rexKoning (Latijn).
- rhode zeventiende letter van het Griekse alfabet (Ρ, ρ).
- riaeen rivierdal dat uitmondt in zee, aan uitslijting onderhevig is en gedeeltelijk door zee overstroomd wordt
- ribelk van de platte, boogvormige beenderen die de borstkas omsluiten
- rifeen ondiepte in water, koraalbank, klip
- rijgeordende opstelling van een aantal eenheden in één richting
- rikAfkorting van Hendrik of Frederik. Ook een kaartspel.
- rilgroef, geul (in papier, karton e.d.)
- rimrand of richel aan het houten beschot in een vertrek, (waarop men voorwerpen ter versiering plaatst)
- rioRivier (Spaans/Portugees).
- rip
- risbundel vlas
- riteen korte reis te paard, op een fiets of in een voertuig
- robbenaming voor zoogdieren uit de familie zeehonden (Phocidae)
- roebundel takken waarmee geslagen kan worden
- rofRuw, onbewerkt.
- rogbenaming voor brede, platte vissen met een smalle staart uit de superorde Rajomorphii
- rokeen voornamelijk door vrouwen (in o.a. Schotland ook door mannen) gedragen buis- of kegelvormig kledingstuk dat om de ta
- rolcilindervormig voorwerp
- rop
- rosroodachtig
- rotdoor bederf aangetast
- rowRij.
- rubEen droog mengsel van kruiden en specerijen waarmee vlees, vis of gevogelte wordt ingewreven voor het bereiden.
- rugzijde van de romp tegenover de buik en borst gelegen; bij mensen aan de achterzijde en bij andere dieren aan de bovenzij
- ruihet periodiek uitvallen van het verenkleed van vogels
- ruknelle, plotselinge, korte beweging (waardoor iets met een schok van zijn plaats bewogen of getrokken wordt), een verande
- rulafval van tabak
- rumeen sterkedrank die bereid wordt uit het sap van suikerriet
- runplotselinge toeloop, stormloop
- rupIndiase roepie.
- ruseen inwoner van Rusland
- rutniets (meer) bezittend
- ruwoneffen, niet glad
- sakjapon
- sapvloeibare substantie (vocht) meestal afkomstig van planten en dan vaak gebruikt om te drinken
- sar
- sasschutsluis
- saxblaasinstrument in de vorm van een S-vormige, breder wordende buis met kleppen, aangeblazen met een riet
- sazeen snaarinstrument, met twee dubbelkorige snaren en een tripelkorige snaar dat o.a. in Turkije graag bespeeld wordt
- seceenvoudigweg, zonder enige opsmuk
- selEen berghut of eenvoudige woning in de Alpen, vaak gebruikt door herders.
- senJapanse munt
- setklein aantal bij elkaar passende voorwerpen die samen een geheel vormen
- sicop deze manier
- sikdun puntig baardje, geitenbaard
- simlijn van een hengel
- sipteleurgesteld en bedrukt
- sirAanspreektitel voor een ridder of baronet.
- sis
- skadansmuziek, met elementen van calypso, jazz en rhythm-and-blues en een karakteristieke vierkwartsmaat met nadruk op de t
- skilange lat waarop men zich voortbeweegt over een geschikt medium (sneeuw, water) vaak om sport te bedrijven
- slabenaming voor planten uit het geslacht Lactuca
- smaVrouw, meisje; schatje.
- soainfectieziekte die vooral wordt overgedragen door seksueel contact
- sofmislukking, tegenslag, teleurstelling, debacle, afgang
- sokkous die tot net boven de enkel komt
- solcolloïdale oplossing.
- somresultaat van een optelling
- sopgewoonlijk warm water waaraan schoonmaakmiddel is toegevoegd
- souFranse stuiver
- spawerktuig voor spitten en graven
- speEen soort lijm.
- ssttussenwerping om stilte te vragen; sjj of sst.
- sta
- subonderdanige in een bdsm-relatie
- sufmoeite ervarend om oplettend te zijn
- suiWederkerend voornaamwoord (Latijn).
- suleen wat dommig, traag persoon
- susKalmeer of breng tot rust.
- swavriend, makker
- tabuitstekend strookje
- taflichte, geweven , zijden stof
- taggraffitisymbool karakteristiek voor een persoon
- taiVissoort.
- takeen deel van een boom of struik dat aan de stam vastzit en waaraan bladeren groeien
- taleen numerieke hoeveelheid
- tamgewend aan omgang met mensen
- taoDe weg, de orde (Chinese filosofie).
- tapuitsteeksel, stomp
- taszak die men meeneemt om er zaken in te bergen die men bij zich wil hebben
- teaEngelse term voor thee of een theemaaltijd.
- teede beginplaats vanwaar wordt afgeslagen op elke hole
- telzeer korte tijdsduur.
- tem
- tensamentrekking van te + den (enkelvoud datief mannelijk en onzijdig), komt voor in staande uitdrukkingen
- tersamentrekking van te + der (enkelvoud datief vrouwelijk), komt voor in staande uitdrukkingen en is met name met naamwoor
- tesnegende letter van het alfabet
- tetnegende letter van het alfabet
- ticzenuwtrek
- tieeen niet benadrukte vorm van hij, 3e persoon enkelvoud mannelijk
- tiggroot aantal, in de ogen van de spreker meer dan toereikend
- tijde periodieke wisseling van de waterstand met eb en vloed.
- tikeen korte niet al te harde klap of schop
- tilhet tillen
- tinscheikundig element met symbool Sn en atoomnummer 50; het is een zilvergrijs overgangsmetaal
- tipuiterste punt van iets
- tisSamentrekking van 'het is'.
- titEen soort mees.
- tjadrukt uit dat men dit eigenlijk had kunnen weten
- tobgoed
- todwaardeloze, smerige, oude lap
- toeprepositioneel deel van een voornaamwoordelijk bijwoord.
- tofgoed, mooi, leuk, fijn
- tokhet geluid van een kakelende kip
- toleen voorwerp dat om zijn as draait -> draaitol
- toneen vat in de vorm van een cilinder
- tophoogste punt, (bovenste) uiteinde
- torbenaming voor insecten uit de orde Coleoptera waarvan de vleugels gewoonlijk schuilgaan onder stevige dekbladen
- tos
- tot1. het punt dat benaderd wordt; zodra dit punt bereikt wordt eindigt de actie
- traeen weg of opengehouden strook in een bos om bij brand, de verspreiding van ondergronds smeulend vuur te verhinderen/bep
- triafkorting voor trichlooretheen of trieerkast; ook prefix met betekenis 'drie'.
- trydoelpunt in het rugby
- tubBadkuip of teil.
- tufversteende vulkanische as
- tuikabel die gespannen wordt om iets dat rechtop staat meer stevigheid te geven.
- tuk~ zijn op iets graag hebben of lusten, dol op iets zijn
- tulfijn netvormig weefsel
- tutniet al te slimme persoon (meestal een vrouw)
- typ
- uduEen West-Afrikaans percussie-instrument, traditioneel gemaakt van aardewerk, in de vorm van een vaas met een extra openi
- ufovliegend voorwerp waarvan de identiteit niet bekend is
- uhdlaatste dag waarop bederfelijke producten nog veilig gebruikt kunnen worden Wettelijk moet deze dag op de verpakking wor
- uilbenaming voor vogels uit de orde Strigiformes, roofvogels die vooral 's nachts jagen; onderverdeeld in twee families: St
- uitgeeft aan van welke plaats iets komt.
- ulotussen 1920 en 1968 officiële benaming voor een school waar in aansluiting op de lagere school vier jaar onderwijs in ee
- uniinstelling voor hoger onderwijs verbonden met wetenschappelijk onderzoek en dienstverlening
- ups
- uptEenheid van tijd in de informatica.
- ure
- urm
- urneen aardewerken pot bedoeld de as van een overledene te bevatten
- urtEen oude lengtemaat.
- usostandaardtermijn waarbinnen een wissel betaald moet worden
- uureen eenheid van tijd die bestaat uit 60 minuten, weergegeven met de afkorting u of h
- uwezelfstandige vorm van uw, tweede persoon beleefdheidsvorm
- uziIsraëlisch machinepistool
- vakberoep [1]
- valalgemeen: het omlaag gaan, de daling
- vangeeft bezit aan
- vareen Frans departement dat in de regio Provence-Alpes-Côte d'Azur ligt
- vas
- vatronde ton waar allerhande vloeistoffen in opgeslagen worden
- vbovoorbereidend beroepsonderwijs
- veedoor de mens om economische redenen gehouden dieren, m.n runderen, varkens en kippen
- veimals, vruchtbaar
- velhuid [1]
- venondiep meertje op zandgrond
- verafgelegen
- vetrijk aan vet, vetrijk
- vialangs
- vieUitroep van afkeer.
- vil
- vimschuurmiddel dat gebruikt wordt in het huishouden als schoonmaakmiddel
- vinuitstekend lichaamsdeel van vissen en andere aquatische dieren die zij gebruiken voor de voortbeweging
- visbenaming voor dieren uit de groep Pisces: gewerveld dier met kieuwen, levend in water
- vit
- vlaeen zoet dikvloeibaar nagerecht op basis van zuivel, eieren, zetmeel (maïzena) en vanille
- vlobenaming voor insecten uit de orde Siphonaptera, vleugelloze bloedzuigende huidparasieten
- vodeen versleten stuk weefsel, m.n. een kledingstuk, lap of doek
- vojvoortgezet onderwijs op juniorenniveau
- volgeheel gevuld
- vosbepaald zoogdier, Vulpes vulpes, met bruinrode kleur en dikbehaarde staart
- votgat, kont.
- vul
- vutvervroegde uittreding
- wadeen bij eb droogvallend buitendijks gebied
- wafkrachtig geluid met korte tussenpozen, zoals een hond dat kan uitstoten
- wakeen gat in het ijs
- walaarden verhoging als verdediging tegen een vijand
- wam/ een huidplooi die afhangt van de hals van een rund of een ander dier
- wanondiepe gevlochten bak om koren te zuiveren van kaf en stro
- warchaotische toestand
- wasweke laagsmeltende en waterafstotende stof
- watiets, een beetje.
- waxwas
- webspinnenweb
- weddoorwaadbare plaats, voorde
- weepijnlijke samentrekking die het barensproces inleidt
- wegsmalle strook grond voor het verkeer
- weieen stuk grasland voor begrazing door vee
- wek
- weleen ontkenning weerleggend, vaak geschreven met accentteken
- wemverbreed en dan spits toelopend plat uiteinde aan de arm van een anker
- wenonderhuids gezwel veroorzaakt door verstopping van een talgklier
- weteen door de overheid opgestelde regel
- wievragend voornaamwoord dat vraagt naar een persoon
- wigeen metalen of houten blok, met twee schuine kanten onder een scherpe hoek, waarmee men iets kan vastklemmen of kan klov
- wiiEen populaire spelcomputer van Nintendo.
- wijnominatief (onderwerp), verwijst naar de groep mensen waar de spreker of schrijver bij hoort
- wikeen doodlopend stuk sloot dat als haventje kan fungeren
- wilde bereidheid of zin om iets te doen
- win
- wip/ een speeltuig bestaande uit een balk die in het midden op een verhoogde steun rust
- wistwijg
- witlichtst mogelijke kleur, kleur die wordt waargenomen bij een gelijkmatige vermenging van alle zichtbare kleurtinten in h
- wobWet openbaarheid van bestuur.
- wokronde pan die wordt gebruikt in de oosterse keuken, vooral om te roerbakken
- wolweefsel van wollen garens
- wonbenaming voor verschillende munteenheden uit Korea
- wou
- wowuitroep van verbazing
- wuiwerktuig voor het spinnen van schiemansgaren
- xenBerichten plaatsen op X (sociaal medium).
- xis
- yameen tropisch voedselgewas
- yasUitroep van vreugde of instemming.
- yel
- yenmunteenheid officieel bekend als Japanse yen en die alleen daarom uniek naar Japan verwijst omdat de naam 'yen' bij geen
- yesabsoluut.
- yinhet passieve vrouwelijke beginsel in de kosmos volgens de Chinese filosofie, een van beide principes die samen de tao vo
- yupeen jong, kindloos persoon die snel carrière gemaakt heeft en een exclusieve, trendgevoelige levensstijl heeft
- zag
- zakslap omhulsel dat aan een kant een (soms afsluitbare) opening heeft om er iets in te stoppen of uit te halen
- zal
- zap
- zatverzadigd, vol, met name van alcoholische drank
- zeeeen uitgestrekt oppervlak zoutwater dat het grootste deel van de aarde bedekt
- zegvoornamelijk als verkleinwoord een uiting van wat men in een vergadering in te brengen heeft
- zei
- zenvorm van boeddhisme die sterk de nadruk legt op concentratie-meditatie
- zes"6", het getal tussen vijf en zeven
- zeteen beweging waarbij iets verplaatst wordt, een duw of stoot
- zie
- zij3e persoon enkelvoud vrouwelijk, nominatief
- zineen serie woorden die gezamenlijk in syntactisch verband een afgerond geheel vormen
- zip
- zitdaad die bestaat uit zitten
- zogdat wat een zuigeling zuigt
- zonde ster waar de planeet aarde omheen draait, hemellichaam dat o.a. de aarde het daglicht schenkt
- zooverzameling levende, oorspronkelijk wilde dieren die in een vaak parkachtige omgeving in gevangenschap worden gehouden o
- zos
- zothet verstand niet gebruikend, blijk geven van domheid
- zou
- zultweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zullen
- zuseen ander kind van dezelfde ouders van het vrouwelijk geslacht
- zzzgeeft een zoemend geluid weer
Woordlijst uit WordSalvo’s go-live Dutch woordenboek, 465.552 woorden, bijgewerkt 2026-06-14.
Veelgestelde vragen
- Waar komt deze lijst vandaan?
- Rechtstreeks uit het woordenboek van WordSalvo — precies de drieletterwoorden die het spel accepteert.
- Hoe onthoud ik drieletterwoorden?
- Groepeer ze op hun tweede letter en leer eerst de woorden die aan veelvoorkomende tweeletterwoorden haken.
- Zijn de betekenissen belangrijk om te spelen?
- Niet voor de score — een geldig woord scoort of je de betekenis kent of niet. De betekenissen zijn er om te leren.
Meer woordlijsten
Woordhulpmiddelen
Deze zijn allemaal geldig in WordSalvo — speel ze echt
Echte spelers. Geen bots. Geen boosters. Gratis te downloaden.